Hi Siri reclamespot

De toekomst van Siri: waarom zou je nog typen?

Siri kan als digitale assistent nog veel intelligenter worden. De huidige generatie kinderen staat ervoor open, want ze zijn opgegroeid met spraakassistenten, waardoor je eigenlijk niet meer hoeft te typen.

OPINIE – Kinderen die nog niet hebben leren lezen en schrijven, zijn prima in staat om computers zoals de iPad bedienen. Zoeken ze iets op YouTube, dan geven ze gewoon een spraakopdracht. Ook chatten lukt prima voor een 5-jarige kleuter, die nog niet kan schrijven: je spreekt de tekst in en Siri zet het om naar geschreven tekst. Maakt Siri te veel fouten, dan stuur je je bericht als audiobestand. Waarom zouden we überhaupt nog teksten typen, vraagt Viviane Bendermacher zich af in een column (€) in Technisch Weekblad. Sterker nog: er groeit misschien een generatie kinderen op die helemaal niet meer hoeft te leren schrijven. Communiceren kan ook met emoji-plaatjes en via digitale assistenten zoals Siri, die jouw gebrabbel foutloos omzet naar geschreven tekst.

Hi Siri reclamespot

Opgroeien in een wereld waarin je niet meer hoeft te schrijven en typen, brengt wel weer andere problemen met zich mee. Zodra de techniek hapert kun je je niet meer redden in een analoge wereld, waarin je moet communiceren met pen en papier. Maar er zitten ook positieve kanten aan spraaktechnologieën zoals Siri. Misschien herinner je je nog het verhaal van de autistische jongen, die moeite had met sociale communicatie, maar wel hele gesprekken voerde met Siri. Siri was zijn beste vriendin geworden en lepelde allerlei interessante feitjes op over fascinerende onderwerpen, zoals tornado’s en specificaties van vliegtuigen die boven je hoofd vliegen.

Apple ziet Siri niet als wondermiddel

Bij de introductie van Siri in 2011 vertelde Phil Schiller wat zijn verwachtingen waren van Siri:

Jarenlang hebben technici gedroomd van een technologie waarmee we in de toekomst zouden kunnen praten en die dingen voor ons zou doen, maar het zal nooit helemaal zover komen.

Dat standpunt is begrijpelijk, omdat Apple niet te hoge verwachtingen wilde wekken. Maar het is ook een afspiegeling van hoe er de afgelopen decennia over kunstmatige intelligentie is gedacht.

Phil Schiller en Siri

Toen ik in de jaren negentig kunstmatige intelligentie ging studeren, raakte ik eerlijk gezegd wat teleurgesteld. Er werd geprobeerd om met neurale netwerken de werking van menselijke hersenen na te bouwen. Maar die menselijke hersenen waren vele malen complexer dan de uiteindelijke systemen die door mensenhanden waren gebouwd. Ook waren er systemen die menselijke beoordelingen probeerden na te bootsen (bijvoorbeeld om zonder menselijke tussenkomst te bepalen of een klant wel of niet recht had op een vergoeding van de verzekering) maar die systemen volgden toch vrij eenvoudige ja/nee-beslisbomen. De lastige gevallen werden uit gefilterd, zodat ze alsnog door een mens konden worden beoordeeld. Van echte intelligentie was nog geen sprake.

De eerste stap: proactieve Siri denkt vooruit

Twintig jaar later is kunstmatige intelligentie gemeengoed geworden. Het zit in allerlei systemen die we gebruiken, zonder dat we ons ervan bewust zijn. Siri is op dat punt nog maar een begin: je moet op een knop drukken voordat de assistent voor je aan het werk gaat. De intelligentie zit vooral in het interpreteren van de opdrachten in natuurlijke taal. Als ik vraag of ik een paraplu mee moet nemen, kan Siri daaruit concluderen dat ik eigenlijk wil weten wat voor weer het wordt. Pas in iOS 9 werd Siri iets intelligenter: de proactieve Siri denkt vooruit en heeft informatie voor je klaarstaan, voordat je erom vraagt. Hiervoor moet Siri wat trucjes uitvoeren die op zich niet zo heel intelligent zijn: in de agenda kijken of er een afspraak aanstaande is en op een rijtje zetten welke personen je recent hebt gesproken.

Proactieve Siri kan nog verder vooruit kijken

Het kan nog intelligenter: zo is Google van plan om vooraf in te schatten waar je naartoe wilt. Google Maps kijkt naar je huidige locatie en je meest recente zoekresultaten en maakt daaruit op wat de meest logische bestemming is. Heb je recent het adres van de meubelboulevard opgezocht en rij je betreffende richting, dan krijg je meteen de snelste route en verkeersinformatie te zien.

Het heet Driving Mode en je hoeft er zelf niets voor te doen. Het zit in een nieuwe versie van de Google Maps voor Android en het kan zomaar de overstap maken naar iOS. Dat alle andere slimme assistenten ook op iOS werken, kan voor iPhone-gebruikers alleen maar gunstig uitpakken: je hoeft niet op Apple’s Siri te wachten tot een spectaculaire nieuwe functie beschikbaar is.

"Google weet dat je naar de meubelboulevard wil."

Als Google of Microsoft het al aanbieden via hun digitale assistenten Google Now en Microsoft Cortana, gebruik je die gewoon (noot: Microsoft Cortana voor iOS bevindt zich momenteel nog in beta). De concurrentie tussen Siri, Google Now en Cortana kan gunstig uitpakken voor gebruikers: hoe meer concurrentie, hoe sneller Apple, Google en Microsoft geneigd zullen zijn om nieuwe functies toe te voegen aan hun spraakassistenten.

De volgende stap: altijd meekijken en meeluisteren

Een slimme assistent kan nog slimmer worden, als hij zich meer gedraagt als een echte menselijke assistent. Denk aan een soort butler die onopvallend in een hoek van de kamer staat en in actie komt, wanneer hij aanvoelt dat er iets moet gebeuren. Jij klaagt over hoofdpijn, de butler reikt paracetamol aan. Maar dan in een digitale variant: jij praat met vrienden over een vakantie naar Mexico en de assistent zoekt alvast ticketprijzen en een lijstje met goede hotels en restaurants.

Philips Hue met Siri-functies.

Dit is een variant op het ‘meeluisteren’ van Google Maps, maar dan in letterlijke zin. Google Maps kijkt naar je internetactiviteiten, terwijl een toekomstige slimme assistent meeluistert naar je gesprekken en misschien zelfs kijkt wat er in je huis gebeurt. Smartphones en tablets zijn al voorzien van microfoons en camera’s. Sterker nog: Siri heeft al een klein stapje in die richting gemaakt door constant te luisteren of jij ‘Hé Siri’ zegt. Maar digitale assistenten kunnen nog veel verder gaan: ze kunnen met stem- en beeldherkenning zien met welke personen we zitten te praten. Ze weten eigenlijk alles wat een menselijke butler ook zou kunnen constateren, die samen met jou in dezelfde kamer is. De butler mengt zich niet in het gesprek, maar weet wel met welke personen je hebt afgesproken en waarover je praat.

Een bedrijf dat daarmee al flinke stappen heeft gezet is Expect Labs. Zij hebben een slimme assistent ontwikkeld die zich meer gedraagt als een echte, menselijke assistent. De eerste app van het bedrijf is Mindmeld. Deze app kan informatie verzamelen op basis van gesprekken.

Amazon heeft overigens al zo’n assistent gemaakt: de Amazon Echo-speaker (zie foto hieronder) is voorzien van een digitale assistent, genaamd Alexa. Je kunt tegen Alexa praten via de ingebouwde microfoon in de Echo. Alexa praat terug door de speakers in de Echo. Ze beantwoordt je vragen, maar ze speelt ook constant luistervink. Alexa hoort alles en stuurt dit naar de cloud. Dat klinkt eng, maar er zijn al smart-tv’s die dit doen. Echo is een soort huiskamer-HAL, constateerde The Register. Amazon heeft er profijt bij, want als jij constateert dat de wasmachine kapot is, kan het bedrijf meteen een mooi aanbod doen om een nieuwe te kopen. Via Amazon, vanzelfsprekend.

Amazon Echo

Aan wie vertrouw jij je privacy toe?

Al dat meeluisteren levert wel een gigantisch probleem op: hoe zit het met je privacy? Levert de digitale assistent genoeg gemak op, om in ruil daarvoor een deel van je privacy op te geven? En welke partij vertrouw je dan?

"Moet je het willen, zo’n luistervink?"

Apple lijkt momenteel de beste keuze, omdat ze voortdurend benadrukken hoe belangrijk privacy van klanten is en dat data alleen lokaal wordt opgeslagen. Maar je weet nooit of er ooit door een hack toch gegevens op straat komen, of dat Apple’s beloftes over privacy uiteindelijk een marketingstunt waren. Bij Google ben je minder zeker of je privacy gewaarborgd is. Het bedrijf doet daar geen beloften over en het exploiteren van persoonlijke gegevens is een van de verdienmodellen. Google doet daar zelf ook niet geheimzinnig over.

De vraag is alleen: moet je het willen, zo’n luistervink?

De vriendelijke oplossing: digitale assistent als persoonlijke vriend

Misschien vind je het eng als digitale assistenten in de toekomst altijd meeluisteren wat jij aan het doen bent. Gelukkig is er ook een tussenoplossing mogelijk, waarbij jij als gebruiker meer de touwtjes in handen houdt. In plaats van eigengereid optreden zonder dat je erom vraagt zou Siri een intelligentere vriend kunnen worden. Siri is dan een assistent waarmee je zinvolle gesprekken kunt voeren, zoals de jongen uit het begin van dit artikel al doet.

Siri op iOS
"Ik ben dronken en wil naar huis"

De assistent kan je bijvoorbeeld meehelpen om een examen te oefenen, door moeilijke vragen te stellen. En als je dronken bent, hoef je alleen nog maar tegen Siri te zeggen: “Ik ben dronken en wil naar huis” om ervoor te zorgen dat Siri de taxidienst belt, de verwarming thuis alvast aanzet en voorstelt om de wekker morgen een uurtje later te zetten. De paracetamol moet je nog wel zelf pakken, maar als het op is kan Siri voorstellen om een bestelling te doen en met een 1-uurs bezorgdienst de voorraad vandaag nog aan te vullen.

Zo’n oplossing bestaat al en wordt gemaakt door de voormalige uitvinders van Siri. Het heet Viv en wordt gemaakt door Viv Labs. De digitale assistent onthoudt alles, weet de context en kan daardoor precies de juiste oplossingen aandragen. Jouw favoriete merk paracetamol, jouw favoriete taxidienst. Viv weet waar je het liefst uitgaat en waar je woont.

Minder beangstigend: overal spraak

Als je kijkt waar het naartoe kan gaan met digitale assistenten, dan kan dat behoorlijk beangstigend zijn. Zeker als assistenten zelf intelligent gedrag gaan vertonen en beslissingen voor ons nemen. Misschien ben je er zelf nog niet helemaal klaar voor, maar als we terug gaan naar het begin van dit artikel: er komt wel een generatie kinderen aan die spraakcommando’s en intelligente assistenten zoals Siri heel normaal vinden.

"Kinderen vinden digitale assistenten heel normaal."

Op zich is dan niet eens zo moeilijk voor te stellen dat kinderen straks vooral via spraak zullen communiceren met computers.

In Star Trek: The Voyage Home uit 1986 is een toepasselijk fragment te zien (zie video hieronder). Scotty denkt dat de Macintosh uit 1986 een digitale assistent bevat die op spraakcommando’s reageert. Aanvankelijk probeert hij het met: “Computer!”. Hij krijgt een muis aangereikt en gebruikt dit als microfoon. Maar ook op “Hello computer!” reageert de Macintosh niet. De twee anderen ergeren zich aan de knulligheid en geven het advies om gewoon het toetsenbord te gebruiken. Duh! Computers bedien je immers door speciale commando’s in te voeren. Maar misschien was Scotty zijn tijd ver vooruit. De miniatuur-computers die we dagelijks met ons meedragen zoals smartphones en smartwatches hebben geen fysiek toetsenbord meer, waardoor spraak weer een logische manier wordt om de communiceren – net zoals we in de oertijd al deden.

Suggestie hoe we dit artikel kunnen verbeteren? Laat het ons weten!

Informatie

Laatst bijgewerkt 15 januari 2016, 14:25
Categorie Achtergrond
Onderwerpen siri, spraak

Reacties zijn gesloten voor dit artikel.