Er zijn bibliotheken vol geschreven over de komst van smartphones en tablets. Over hoe ze ons dagelijks leven veranderen. Nieuwe informatie met een swipe en een scroll toegankelijk maken. Maar geldt dat eigenlijk ook voor blinden en slechtzienden? Is zo’n touchscreen niet lastig, als je weinig ziet?

“Hoe enthousiast we in het begin over de iPhone waren? Simpel gezegd: niet.” Aan het woord is Vincent van der Does, adviseur en trainer ondersteunende technologie bij Visio, een expertisecentrum voor blinden en slechtzienden. Fysieke knoppen weg, houvast weg, zo legt Vincent uit. “Dat was de gedachte. Veel blinde en slechtziende cliënten zeiden meteen: dit is helemaal niets voor ons.”

Visio schafte toch een bedrijfstoestel aan – ze hadden niet voor niets een afdeling nieuwe technologie – en ontdekte dat veel zorgen ongegrond waren. “Bij het installeren moest ik drie keer op de startknop drukken om VoiceOver te activeren. Het bleek zo simpel: de iPhone begon vanuit de doos tegen me praten.”

Zes jaar later heeft zo’n 90% van de blinde smartphonegebruikers een iPhone, schat hij. “Bij slechtzienden is het grofweg tweederde, die hebben meer behoefte aan een groot scherm. Wat dat betreft is de iPhone 6 Plus een goede zet.”

"De bediening voor blinden en slechtzienden steekt met kop en schouders boven de concurrentie uit"

Intuïtief gebruikersgemak

Het verschil met Android en andere telefoons heeft volgens Vincent een duidelijke reden. De iPhone was niet alleen de eerste, maar ook lange tijd de enige smartphone met uitgebreide ingebouwde spraaktechnologie. Maar ook gebruikersgemak is belangrijk, zegt hij. ‘Apple is niet alleen voor ziende mensen intuïtief. Ook de bediening voor blinden en slechtzienden steekt met kop en schouders boven de concurrentie uit.’

Door de VoiceOver, braille-invoer, dicteerfunctie, Siri en het brede scala aan apps hebben de iPhone en iPad in de loop der tijd veel onhandige apparatuur vervangen. Een superzware en nauwelijks op te tillen loep, ingewikkelde telefoon met dure spraaksoftware of voorleesscanner van 2500 euro: allemaal niet meer nodig.

Buiten zijn

Tjarda Struik (28), slechtziend sinds haar zesde jaar, heeft dagelijks profijt van al die nieuwe technologie. “Veel mensen beseffen het niet, maar door mijn iPhone en iPad kan ik veel meer dan eerst.” Als Tjarda iets niet kan lezen, zoals verkeersborden of een tekst op papier, maakt ze gewoon een foto. “Dan laat ik mijn scanner-app het voorlezen of zoom ik in.” De voordelen ten opzichte van een loep lijken haar klip en klaar: “Een loep kost het tienvoudige, is zwaar en ziet er niet uit.”

In deze video komt Tjarda Struik uitgebreid aan het woord over hoe de iPhone en iPad haar helpen zelfstandig te blijven.

Voor Tjarda is het belangrijk dat ze boeken kan luisteren en hardlopen, twee van de dingen die ze het liefste doet. Daarvoor gebruikt ze bijvoorbeeld Daisylezer, een app met gratis gesproken boeken, speciaal voor blinden en slechtzienden. “Alleen lees ik zoveel dat ik ook boeken via iTunes koop, want daar staan de nieuwste en ook Engelse titels.”

Bij het hardlopen zet ze Runkeeper aan, een van de weinige apps die net zo toegankelijk is voor blinden en slechtzienden als voor mensen met normaal zicht. “Ik vind het heerlijk dat ik op deze manier lekker buiten kan zijn. Snelheid kan maken ondanks mijn zicht.” Waar ze verder nog op hoopt? “Dat de navigatie op mijn iPhone nog veel beter wordt. Zo goed, dat ik mijn stok kan thuislaten. Dat zou fantastisch zijn.”

 
iCulture blindspecial: Tjarda Struik, Vincent van der Does, Joost Rigter, Henk Abma
Van links naar rechts: Tjarda Struik (@Tjardavisio), Vincent van der Does (@vindoes), Joost Rigter (@JoostRigter) en Henk Abma (@henkabma)

Gewoon een appje openen

“Het belangrijkste is dat ik onafhankelijker ben, en daardoor veel meer op pad durf te gaan” , zegt ook Henk Abma (50). Sinds zijn geboorte is hij blind. Hij ziet het verschil tussen licht en donker, maar verder niets.

Net als veel andere blinden en slechtzienden maakt Henk veel gebruik van het openbaar vervoer. Het kost hem zo’n twee uur om op zijn werk te komen. “Soms sta je bij een afgelegen bushalte te wachten en is er niemand in de buurt die je iets kan vragen. Hoe lang het nog duurt tot de bus komt. Of hij überhaupt nog wel komt. Vroeger had je dan een probleem. Nu open ik gewoon een appje die dat allemaal voorleest.”

Henk is wat Vincent van der Does een ‘blinde techie’ noemt: iemand die alles weet van technologie, en hoe je die als blinde kan gebruiken. Hij ontwikkelt aanpassingen en computersoftware voor mensen met een visuele beperking en heeft meerdere smartphones. “Gewoon om te begrijpen hoe ze in elkaar zitten.”

En oké, ook een beetje omdat hij ietwat tegendraads is. “Als de halve blindenwereld voor iOS kiest omdat de rest te moeilijk zou zijn, koop ik een Android, zo ben ik. Mijn weg vinden bleek niet onmogelijk, maar het was wel een heel ander besturingssysteem.” Volgens Henk zijn er weinig goede Android-trainingen voor blinden en slechtzienden en bijna geen blindenfora waar je vragen kunt stellen. Ook daarom kiezen mensen volgens hem voor een iPhone. iOS is niet per se beter, maar Google heeft door die late start wel een beetje de boot gemist.

Makkelijke prooi

In het begin wilde zowel Henk als Tjarda helemaal niets van smartphones weten. Tjarda: “Met mijn oude telefoon moest ik alles onthouden dat ik had getypt, eigenlijk heel onhandig. Maar een touchscreen leek me nog veel lastiger”. Voor Henk speelde dat scherm ook mee, maar hij vertelt ook dat veel blinde mensen die hij kende bang waren om te worden beroofd. “Een blinde met zo’n duur toestel in de hand leek ons een te makkelijke prooi.”

"Een blinde met zo’n duur toestel in zijn hand leek ons een makkelijke prooi."

Pas toen zijn slechtziende vrouw een iPhone kocht besloot Henk de gok te wagen. “Na een paar mislukte veegbewegingen wees het zich heel snel vanzelf, geweldig was dat.” Zijn oude Nokia kon met pensioen; tegenwoordig kan hij naar eigen zeggen bijna alles: “Agenda, email, navigatie, alle dingen die jij waarschijnlijk ook doet. Alleen webbrowsing is nog steeds niet te doen.”

Henk gebruikt een aantal applicaties die speciaal voor blinden en slechtzienden zijn gemaakt, zoals Opta Nav en de eerder genoemde Daisylezer, maar heeft de voorkeur voor gewone apps. “Die worden ten minste bijgewerkt.” Ontwikkelaars van applicaties voor onze doelgroep krijgen vaak subsidie, zo legt hij uit. “Een jaar later is het budget op of de inspiratie weg. En blijven wij zitten met slechtwerkende apps.”

Stukje zelfstandigheid

Dat Henk pas na een demonstratie aan de touchscreen wilde, komt Vincent van der Does waarschijnlijk bekend voor. Hij ziet het vaker. “Mensen moeten over een drempel heen, zijn bang dat het niet lukt.” Een jongen van een jaar of twintig bijvoorbeeld, die door een hersentumor in korte tijd volledig blind was geworden. Vincent: “Die jongen kwam bij mij terecht omdat hij meer over computergebruik wilde weten, maar ik vroeg hem ook naar zijn mobieltje. Hij bleek zijn iPhone aan zijn vriendin te hebben gegeven, hij kon er toch niks mee. Toen ik liet zien wat er allemaal mogelijk was ruilde zijn vriendin ter plekke de telefoons weer om. Hij kreeg letterlijk een stukje zelfstandigheid van voor de tumor weer terug.”

Ook Joost Rigter (40) werd op latere leeftijd met oogproblemen geconfronteerd. Hij kreeg op zijn 26e te horen dat hij een progressieve oogziekte had, die hem geleidelijk het zicht zou ontnemen. Op dit moment is hij praktisch blind. Voor Joost gaf niemand minder dan zanger Stevie Wonder de doorslag. “Ik ontmoette hem ooit in Curaçao, dat was zo bijzonder. Toen ik daarna hoorde dat hij Steve Jobs had bedankt voor de iPhone was mijn interesse gewekt. Inmiddels is het voor mij een soort extra lichaamsdeel.”

Ondanks het feit dat Joost nog maar 2 procent ziet, redt hij zich naar eigen zeggen prima. Zijn smartphone en kennis van Amsterdam (“alle grachten en steegjes ken ik op mijn duimpje”): meer heeft hij niet nodig. Of nou ja, die blindenstok, die ergens in een kast ligt te verstoffen. “Ik zou hem wel moeten gebruiken, maar het is een acceptatieproces. Zonder voel ik me vrijer. Letterlijk, want je draagt niks met je mee, maar bent ook vrijer van oordelen.”

Aanmoedigen

Wanneer Tjarda, Joost en Henk wordt gevraagd op welke technologie ze nog zitten te wachten wordt bijvoorbeeld de Apple Watch genoemd. “Als navigatie om je pols zit heb je twee handen vrij voor je stok en de hond. Dan hoef je die niet steeds af te wisselen met je telefoon”, zegt Tjarda. Een andere gewilde gadget is de Google Glass. Joost: “Dat die bril kan zien waar een pak melk in de supermarkt staat, en dat ik dat niet steeds hoef te vragen”.

Op het gebied van apps zien veel mensen vooral Be My Eyes (ons review) als een vernieuwing. Die app laat behulpzame gebruikers via een video-verbinding blinden en slechtzienden helpen met het herkennen van objecten of situaties. Is dat misschien een oplossing voor dat pak melk? Voor mij niet, zegt Henk resoluut. “Ik videobel liever met vrienden of gebruik een van mijn scan-apps, zoals TapTapSee.” Tjarda heeft Be My Eyes wel op haar telefoon staan, maar daar is ook alles mee gezegd. “Een foto van iets maken en dat mijn iPhone het voorleest is eigenlijk sneller.” Dat komt ook omdat de community erachter nog niet zo groot is, denkt ze. “Iemand die ik kende en het uitprobeerde moest erg lang wachten op hulp.”.

 

Snelheid is belangrijk, zegt ook Joost, maar dat de app wat anoniemer is, vindt hij een voordeel. “Het is natuurlijk niet heel anders dan omstanders aan hun mouw trekken, maar soms heb je daar even geen zin in. ‘s Ochtends op een druk station bijvoorbeeld, waar iedereen haast heeft. Als ik me kwetsbaar voel is mijn iPhone pakken stukken makkelijker.”

Eén innovatie staat echter bij alle drie (ver) bovenaan het verlanglijstje: de zelfrijdende auto. Dat is pas vrijheid. Henk heeft een zoon en dochter die wel kunnen zien – “al zou je dat niet zeggen, als je hoort hoe vaak ze dingen kwijt zijn” – die voetballen en turnen. “Als ik hen wil aanmoedigen moet ik altijd vragen of ik met andere ouders kan meerijden. Je bent altijd afhankelijk. Het zou zo fijn zijn om eens te kunnen zeggen: ‘De volgende keer ga jij met mij mee.”


Met speciale dank aan Tjarda Struik (@Tjardavisio), Vincent van der Does (@vindoes), Joost Rigter (@JoostRigter) en Henk Abma (@henkabma) voor hun medewerking!


Lees meer iCulture specials.

Suggestie hoe we dit artikel kunnen verbeteren? Laat het ons weten!

Informatie

Laatst bijgewerkt 8 mei 2018, 10:47